Rookplankjes gebruiken op de BBQ

Het verhaal achter de techniek en de techniek uitgelegd
Het bereiden van gerechten op houten planken vindt zijn oorsprong bij de inheemse volkeren van de noordwestkust van Noord-Amerika. Zij bereidden voornamelijk zalm op cederhouten planken boven een open vuur. Het hout beschermde de vis tegen de directe hitte en gaf tegelijkertijd een subtiele rooksmaak af.
De techniek uitgelegd
Een rookplankje is veel meer dan een houten onderlegger. Het combineert drie functies tegelijk: het beschermt ingrediënten tegen de directe hitte, geeft een subtiele rooksmaak af en zorgt voor een gelijkmatige bereiding.
Het rookplankje voorbereiden
Voor een optimaal resultaat week je het plankje ongeveer 30 tot 60 minuten in koud water. Hierdoor neemt het hout vocht op, waardoor het minder snel verbrandt en langer rook blijft ontwikkelen. Je kunt hiervoor ook bier, wijn, cider of appelsap gebruiken om subtiele extra aroma's toe te voegen, al blijft het effect eerder beperkt ten opzichte van de houtsoort zelf.
Eerst het plankje, daarna het gerecht
Leg het rookplankje eerst enkele minuten op de barbecue zonder ingrediënten. Hierdoor warmt het hout op en begint het langzaam te roken. Pas wanneer je een mooie, dunne blauwe rook ziet ontstaan, leg je het gerecht op het plankje.
Dit is een stap die vaak wordt vergeten. Wanneer je een koud rookplankje rechtstreeks met het product op de barbecue legt, zal het gerecht al beginnen garen voordat er voldoende rookontwikkeling is. Vooral bij vis, groenten en andere ingrediënten met een korte gaartijd kan het product zelfs volledig gaar zijn voordat het gewenste rookeffect bereikt wordt.
Ook bij vlees is dit belangrijk. De meeste rookaroma's worden opgenomen tijdens het eerste deel van de bereiding. Zodra zich een mooie korst (bark) vormt, neemt het vlees nog nauwelijks extra rook op. Door het plankje eerst op temperatuur te brengen, krijgt het gerecht vanaf het begin de maximale hoeveelheid rook.
Direct of indirect grillen?
Een rookplankje kan zowel bij directe als indirecte bereidingen gebruikt worden, maar het resultaat verschilt.
Indirect grillen is veruit de beste keuze. Door de lagere en gelijkmatige temperatuur krijgt het hout voldoende tijd om rustig te roken zonder snel te verbranden. Dit is ideaal voor zalm, gevogelte, groenten en grotere stukken vlees.
Direct grillen kan eveneens, maar vraagt meer aandacht. Het plankje ligt dichter bij de hittebron en zal sneller verkolen of zelfs ontbranden. Gebruik daarom een matige directe hitte en controleer regelmatig de rookontwikkeling.
Op welke barbecue gebruik je een rookplankje?
Het mooie aan deze techniek is dat ze vrijwel op elke barbecue toepasbaar is.
- Kamado: ideaal dankzij de stabiele temperatuur en de mogelijkheid om zowel direct als indirect te werken.
- Kogelbarbecue: perfect voor indirecte bereidingen met het plankje naast de houtskool.
- Gasbarbecue: plaats het plankje niet rechtstreeks boven de krachtigste brander, maar kies een zone met matige hitte.
- Pelletbarbecue: combineert de subtiele pelletsmaak met extra aroma's van het rookplankje.
- Ofyr of plancha: ook hier kan een rookplankje gebruikt worden, maar kies bij voorkeur een dunner plankje.
De dikte van het rookplankje
Niet elk rookplankje werkt hetzelfde. De dikte heeft een grote invloed op het resultaat.
Een dunner plankje warmt sneller op en begint vrijwel onmiddellijk te roken. Hierdoor krijgen ingrediënten met een korte bereidingstijd, zoals zalm, gamba's of groenten, voldoende rookaroma.
Een dikker plankje heeft meer tijd nodig om op temperatuur te komen. Daardoor blijft het langer bruikbaar, maar de rookontwikkeling start later. Op een Ofyr of plancha, waar de bereiding vaak snel verloopt, kan een te dik plankje ertoe leiden dat het gerecht al gaar is voordat voldoende rook vrijkomt.
Welke houtsoort kies je?
Elke houtsoort geeft een eigen karakter aan je gerecht.
- Ceder: klassiek bij zalm en andere vissoorten.
- Appel: zachte, lichtzoete rook voor kip, groenten en varkensvlees.
- Kers: fruitig aroma dat mooi past bij gevogelte en eend.
- Esdoorn: subtiel zoet bij gevogelte, kaas en groenten.
- Eik: krachtiger en ideaal voor rundvlees en wild.
Praktische toepassingen
Vis
- Zalmfilet.
- Forel.
- Kabeljauw.
- Heilbot.
- Sint-jakobsvruchten.
Vlees
- Kipfilet.
- Kippenboutjes.
- Varkenshaasje.
- Eendenborst.
- Kleine stukken rundvlees.
Groenten
- Courgette.
- Aubergine.
- Paprika.
- Asperges.
- Bloemkoolsteaks.
Fruit
- Ananas.
- Perzik.
- Nectarine.
- Appel.
- Peer.
Kazen
- Camembert.
- Brie.
- Halloumi.



